mca engelen goriskopie1De nieuwe voorzitter van de European Barge Union (Europese Binnenvaart Unie ofwel EBU) Paul Goris wil zich sterk maken voor de kleinere schepen in de binnenvaart. “Het zijn juist die kleinere schepen die de kleinere vaarwegen – zoals die in Brabant – zo waardevol maken. Om die vloot te behouden en zelfs uit te breiden is volgens mij een Marshallplan nodig voor de kleinere schepen.”

Paul Goris is behalve consultant, voorzitter van het CBRB en de EBU ook lid van de Raad van Advies van MCA Brabant. Bij deze Brabantse lobbyorganisatie voor het multimodaal vervoer ontmoette hij een oude bekende.

“Hendrik-Jan van Engelen en ik hebben tegelijkertijd in de haven van Gent gewerkt.” MCA Brabant-directeur Hendrik-Jan van Engelen was commercieel directeur van Havenbedrijf Gent NV, terwijl Paul Goris in die haven algemeen directeur was van Sea-Invest. Paul Goris: “Twee Nederlanders in de doorgaans nogal besloten havengemeenschap van Gent.” Die twee Nederlanders zetten nu gezamenlijk de schouders onder een zo succesvol mogelijke modal shift, in Brabant maar voor Paul Goris ligt de scope geografisch nog wat breder. De EBU-voorzitter ziet echter veel mogelijkheden in Brabant, zowel voor grote als voor kleine binnenschepen. “Je ziet over de hele wereld schaalvergroting plaatsvinden en dan is het logisch te denken dat de kleintjes plaats moeten maken voor de grotere, maar dat gaat niet op als je het hebt over de bedrijven en regio’s die alleen via kleinere vaarwegen – dus met kleinere schepen – bereikbaar zijn.”
Hendrik-Jan van Engelen valt hem bij: “Kijk naar Bavaria in Lieshout, waar de mout en gerst direct uit Frankrijk met kleinere binnenschepen wordt aangevoerd. Voor de afvoer van het exportbier wordt getruckt naar de dichtstbijzijnde containerterminal, van waar het over water naar de zeehavens gaat.” Bavaria is meteen een mooi voorbeeld van een bedrijf dat het multimodaal vervoer hoog in het vaandel heeft. Het is geen toeval dat bestuursvoorzitter van Bavaria Jan-Renier Swinkels sinds 2017 voorzitter is van MCA Brabant. Van Engelen: “Het bestuur en de Raad van Advies bestaan vrijwel geheel uit zwaargewichten in het bedrijfsleven en bij de overheid.”

 

Samenwerking
Dat de EBU een Europese organisatie is, betekent volgens Paul Goris niet dat het Nederlandse belang uit het oog wordt verloren. “65 procent van de Europese binnenvaart is Nederlands, maar veel wordt in Brussel en Straatsburg besloten en dat vraagt een Europese benadering. We proberen met de andere landen waar binnenvaart een rol speelt – Duitsland, België, Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk – samen een Europees plan te maken. Dat doen in steeds nauwere samenwerking met de ESO, de Europese Schippersorganisatie, vooral nu het IWT-Platform vorm krijgt. Het Inland Waterways Transport-platform is een samenwerking tussen ESO en EBU, gericht op het versterken van de beide organisaties op Europees niveau.
Ook in Nederland vinden de twee brancheorganisaties voor de binnenvaart, CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer, elkaar steeds beter. “Er wordt hard gewerkt aan een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, waarin BVB, BTB, BND en EICB worden samengevoegd. Dat omarmen we bij het CBRB en geven we samen met BLN handen en voeten. Bijvoorbeeld het BVB moet namens de hele sector spreken, waarbij het BVB zeg maar 24 uur per dag weet wie van de organisaties beschikbaar is om te reageren op welk onderwerp er op dat moment speelt in de pers. Daarnaast kunnen organisaties altijd zelf over hun eigen beleid contact onderhouden met de pers.”

Zeehavens
Samenwerken en een gezamenlijke lobby van de binnenvaart zijn hoognodig, gezien de grote uitdagingen waar die sector voor staat. Brabant kampte het afgelopen jaar met een omgekeerde modal shift, een gevolg van de dalende betrouwbaarheid van de containerbinnenvaart lijndiensten, op zich weer het gevolg van de wachttijden bij de terminals in de zeehavens. Hendrik-Jan van Engelen ziet dat met de economie de logistiek en dus ook het containertransport groeit. Opmerkelijk is het verkeer tussen Rotterdam en Antwerpen, een route die door Brabant gaat, met een enorme spin-off naar onze binnenvaartterminals, die daar ook volop op inspelen. “Je ziet steeds andere concepten in het achterlandvervoer, waarbij de distributiecentra steeds verder naar het achterland worden verplaatst, zodat de aanvoer van de zeehaven zo lang mogelijk een dikke stroom blijven en er zo kort mogelijk hoeft te worden getruckt.” Dat gaat niet meer op als de schepen te lang worden opgehouden in de zeehavens. De operators die met binnenschepen op de havens varen, weten steeds beter in te spelen op de problemen in de zeehavens, onder andere door de ladingen te groeperen en de call-sizes (de hoeveelheden containers die bij één terminal moeten worden overgeslagen) zo groot mogelijk te maken. “Je merkt dat verladers hun supply chains aanpassen aan de veranderende situatie.” Paul Goris: “De problematiek van de wachttijden wordt wel breed erkend en onder grote druk, ook van verladers in het achterland, hebben de zeehavenbedrijven de zaak serieus opgepakt, met steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De binnenvaart staat erop dat de havenbedrijven de regie in handen nemen. Alle Europese havens met vervoer over water naar het achterland kampen hiermee.”

Arbeidsmarkt
De binnenvaart kampt ook nog met ander problemen. Hoe vind je nieuw personeel? Paul Goris: “Hoe moet een 12-jarige Brabander die erover denkt te gaan varen, een opleiding bij hem of haar in de buurt vinden? Daar is op dit moment geen mogelijkheid toe. Het nieuwe Arbeidsmarktplan van het BVB bevat mee regionale opleidingsmogelijkheden, ook meer kansen voor zij-instromers en een samenwerking met de UWV’s om oplossingen te zoeken voor vacatures in de binnenvaart. Ook belangrijk is om mensen die kiezen voor die opleiding ook daadwerkelijk in de sector gaan werken en daar blijven; daarvoor moet ook de opleiders en werkgevers goed begeleiden.”

Brabant
Tenslotte de vraag aan Hendrik-Jan van Engelen wat Paul Goris kan betekenen voor het multimodaal vervoer in Brabant. Hij hoeft niet lang na te denken over het antwoord: “MCA Brabant is een netwerk- en lobbyorganisatie, wij voeren zelf geen projecten uit, maar we zijn aanjager/initiator, wij verbinden. Daarin kan Paul met zijn contacten en netwerk een ontzettend belangrijke rol spelen.”
Paul Goris: “Onze samenwerking is interactief. Er is ook een leeraspect. Ik denk trouwens dat er een grote rol voor Brabant is weggelegd, gezien de resultaten die hier worden bereikt in de modal shift. Van mij mag MCA Brabant die resultaten nog meer laten zien, tastbaar maken.”

Bij de foto boven: Paul Goris (r) en Hendrik-Jan van Engelen in het Provinciehuis in Den Bosch. “Samen de schouders zetten onder de modal shift.”

Over MCA Brabant

MCA Brabant is het Multimodaal Coördinatie- en Adviescentrum Brabant, een kennis- en netwerkorganisatie voor Brabant. MCA Brabant brengt bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen bij elkaar en adviseert over multimodaal transport. Tevens signaleert MCA Brabant trends en ontwikkelingen op het gebied van multimodaal goederenvervoer, initieert en begeleidt multimodale initiatieven van marktpartijen, en vergaart, ontwikkelt en verspreidt kennis en informatie.